Rondgang proeflocatie geeft gevarieerd beeld

Middenin de zomer komt de proeflocatie van AgroProeftuin de Peel letterlijk tot wasdom. Een rondgang langs enkele proefvelden toont een gevarieerd beeld; van maïs met een vroege pluim tot overheersende zonnebloemen.

Droogtebestendig kruidenrijk grasland

Zo’n vier maanden na het zaaien zijn veehouders Job Albers en Tom Geene blij verrast door het kruidenrijke grasland op hun proefveld. Ondanks de droogte dit jaar en de hitte in juni en juli oogt de mat fris en groen. Eind maart hebben ze gezaaid en inmiddels hebben ze een mooie snede geoogst; in de tweede helft van augustus verwachten ze weer te kunnen maaien. “We hebben geen mest gegeven en niet beregend. Alleen de groenbemester ingefreesd en het mengsel gezaaid” zegt Job. “Twee simpele bewerkingen en het groeit!”

Hun weidemengsel bevat verschillende grassen: Engels raaigras, rietzwenk en kropaar. Daarnaast groeien hier klaver, luzerne, cichorei, smalle weegbree en zomerhaver. Deze variatie levert meer biodiversiteit dan gangbaar grasland. De bedoeling is dat de verschillende plantensoorten elkaar versterken, zodat het geheel beter bestand is tegen extreme weersomstandigheden en minder bemesting nodig heeft. “We verwachten dat dit weidemengsel qua opbrengst kan concurreren met Engels raaigras en meer eiwit oplevert”, zegt Job. “Tot nu toe gaan het goed. Maar dit is pas het eerste jaar. We zijn benieuwd hoe het volgend jaar uitpakt. Dan moet blijken of ‘t echt een hoge productie en voederwaarde oplevert.”

Maïs met een vroege pluim

Aan de maïs op het proefveld voor de bodemschimmel mycorrhiza is op het eerste gezicht weinig bijzonders te zien. Eén deel van dit veld kreeg naast drijfmest een bodemverbeteraar die de ontwikkeling van de schimmel mycorrhiza stimuleert. Op de rest gaf de pionier kunstmest en drijfmest of alleen drijfmest. Eind juli is aan de hoogte van de maïs weinig effect te zien. Aan de bloei des te meer, zegt Mark van den Broek, teeltadviseur bij leverancier VisscherHolland. “De maïs met de mycorrhiza had eerder een pluim dan de rest. Aan de vroege bloei kun je zien dat de planten zich sneller ontwikkelen. We verwachten geen hogere opbrengst in tonnen per hectare, maar wel een betere kolfzetting en een hoger aandeel zetmeel.”

Van den Broek verwacht dat mycorrhiza kunstmestgebruik in maïs volledig overbodig kan maken. De bodemverbeteraar is weliswaar duurder dan kunstmest, maar als het goed is, heeft de schimmel niet elk jaar voeding nodig. “Als je de maïs combineert met een geschikt een vanggewas, blijft de mycorrhiza in de grond zitten en hoef je deze in het volgende jaar minder of misschien helemaal niet meer toe te voegen. In wisselteelt met grasland zorgt de schimmel voor een betere opname van voedingsstoffen door het gras."


Job Albers:
“We verwachten dat dit weidemengsel qua opbrengst kan concurreren met Engels raaigras en meer eiwit oplevert."


 

Bodemparasieten zonder chemie bestrijden

Ook bij het proefveld met bospeen gebeurt het onder de grond. Teler Jonkergouw werkt hier met een aantal partijen samen aan een proef met compost en insectensubstraat. Uitgerijpte keurcompost brengt organische stof in de bodem en stimuleert het bodemleven. Insectensubstraat (FlytilizerX) is een product van insectenteelt door het bedrijf Protix en bevat behalve organische stof ook specifieke stoffen die de natuurlijke weerstand van de bodem tegen aaltjes (bodemparasieten) vergroten. Dat laatste is interessant, vertelt Rutger Hornikx van compostleverancier Van Berkel Biomassa & Bodemproducten. “Als dit goed werkt, kun je zonder chemische bestrijdingsmiddelen aaltjes onderdrukken.”

Vorig jaar vond voor het eerst zo’n veldproef plaats op de proeflocatie. Die gaf aanleiding tot optimisme. Hornikx: “In het eerste jaar zien we een daling van het aantal aaltjes. Maar in onderzoek geldt: één jaar is geen jaar. We hebt 3 tot 5 jaar nodig voordat we betrouwbare conclusies kunnen trekken.”

Het perceel is verdeeld in vakken waarin de verschillende bodemverbeteraars zijn ingezet: compost, insectensubstraat en een mengsel van die twee. Vooral de laatste is interessant voor de praktijk, verwacht Hornikx: “Voor organische stof is compost een prima optie, maar insectensubstraat helpt aaltjes onderdrukken. In een mengsel kun je het beste van twee werelden combineren.”


Rutger Hornikx:

“In het eerste jaar zien we een daling van het aantal aaltjes"


Twee keer zaaien, drie keer oogsten

Melkveehouder Ard van der Bolt bewerkt twee percelen voor Collectief Agrarisch Natuurbeheer (ANB) Oost-Brabant. ANB heeft een praktijkproef met de zogeheten vogelakker en een demo-veld met verschillende natuurmengsels. Daarnaast experiment Ard met soja als eiwitrijk ruwvoer. De bedoeling is het gewas te maaien en te hakselen als snijmaïs, dus voordat de boon rijp is. De planten zijn niet beregend, maar ondanks de hitte en droogte in juni en juli zien ze er gezond en groen uit. Het is echter al wel duidelijk dat de potentiële opbrengst van 8 ton per hectare dit jaar niet gaat lukken.

Qua opbrengst kan soja waarschijnlijk niet snel concurreren met snijmaïs. Maar in combinatie met een volggewas wordt het mogelijk interessanter. Dat is een optie, omdat de tropische soja een heel kort groeiseizoen heeft. Daardoor is er meer tijd voor een volggewas dat in het najaar én het daarop volgende voorjaar een aanvullende hoeveelheid voer oplevert. Ofwel: met twee keer zaaien, drie keer oogsten. Bij deze voeder-soja past een combinatie van winterwikke (snelle bedekking van de bodem), klaver (eiwit) en Italiaans raaigras (tonnen). Is te verwachten dat de combinatie kan concurreren met snijmaïs? Ard: “Wat betreft tonnen per hectare zal het onder normale omstandigheden wel lukken. De vraag is, hoeveel eiwit levert dit op en is dat voldoende om de hogere kosten te compenseren?”


Ard van der Bolt:
“Wat betreft tonnen per hectare zal het wel lukken. De vraag is, hoeveel eiwit levert dit op en is dat voldoende om de hogere kosten te compenseren?”

Overheersende zonnebloemen

Waar verschillende gewassen het zwaar hebben met de droogte, leverde op één proefveld de zomerstorm van afgelopen juni een tegenslag op. Op dat perceel experimenteren loonwerker Gerard van der Ven en teeltadviseur Mark van den Broek met een mengteelt voor veevoer van zonnebloemen en sorghum. De oliehoudende zonnebloemen zijn een krachtvoervervanger. Sorghum is een alternatief voor snijmaïs dat door zijn intensieve beworteling een goede invloed heeft op de bodemstructuur.

De bedoeling was dat de zonnebloemen van anderhalve meter en de sorghum van ongeveer een meter hoog elkaar in balans houden. Middenin de zomer blijken de fraai bloeiende zonnebloemen te overheersen. Dat is het gevolg van de zomerstorm van juni. De sorghum was op dat moment net ontkiemd en grotendeels weggewaaid. Van der Ven en Van den Broek hebben serieus overwogen het veld opnieuw in te zaaien, maar toch besloten af te wachten. Het resultaat valt nu mee, constateert Van den Broek. “De zonnebloemen hebben een voorsprong, maar de sorghum is ondanks de droogte goed teruggekomen. Dit gewas heeft een enorm herstelvermogen.”

 

AgroProeftuin de Peel

AgroProeftuin de Peel biedt op de proeflocatie ondernemers mogelijkheden om te experimenten met teelten die ze op hun eigen grond niet snel zouden toepassen omdat de onzekere uitkomst te riskant is voor de bedrijfsvoering. De proeflocatie ligt aan de Middenpeelweg bij Zeeland beslaat in totaal 35 hectare. Op 14 percelen vinden praktijkproeven plaats. Daarnaast is de AgroProeftuin actief op andere locaties in de Peel. Alle projecten met ook de experimenten op de proeflocatie zijn te vinden via www.agroproeftuindepeel.nl/projecten 


Mark van den Broek:
“De zonnebloemen hebben een voorsprong, maar de sorghum is ondanks de droogte goed teruggekomen. Dit gewas heeft een enorm herstelvermogen.”