Nieuwe ideeën voor meer voer van eigen bodem

Kun je maïs zaaien in blijvend grasland? Wat zou er gebeuren als je voergerst en erwten door elkaar laat groeien? AgroProeftuin de Peel biedt ruimte aan pioniers met nieuwe ideeën.

Duurzame en toekomstgerichte landbouw is gebaseerd op regionale kringlopen. Dat betekent bijvoorbeeld dat veehouders hun dieren voeren met producten die in de regio zijn geteeld. En dat ze minder afhankelijk worden van grondstoffen uit verre oorden, zoals soja. 
Kringlooplandbouw vraagt dus meer voer van eigen grond. Er zijn twee manieren om dat te bereiken. De eerste is: ervoor zorgen dat de grond op verantwoorde wijze meer opbrengt. De tweede is het vinden van alternatieve veevoergewassen die producten zoals soja kunnen vervangen. In projecten van AgroProeftuin de Peel verkennen pioniers beide richtingen.


Maïs in permanent grasland

Het project ‘Maïs in permanent grasland’ richt zich op de eerste manier. De agrarische loonwerkwerkbedrijven Arts in Stevensbeek en Loeffen in Schaijk werken hierin samen. Hun doel is de hoge opbrengst van maïsteelt combineren met de duurzaamheid van blijvend grasland. 
De loonwerkers gaan op twee plaatsen in Noordoost-Brabant experimenteren met het zaaien van maïs in blijvend grasland. Het idee is ontstaan in een ontmoeting met innovatiemanager Ronald Luijkx van AgriFood Capital, vertelt Peter van Iperen, algemeen manager bij Loonbedrijf Arts. 
De nieuwe benadering biedt mogelijk een oplossing voor de nadelen van de gangbare maïsteelt. Grond waarop uitsluitend maïs groeit, verschraalt. De hoeveelheid organische stof in de bodem gaat achteruit. Bovendien is Op de (Noord-Brabantse) zandgrond bij de huidige teeltmethode van mais het risico op het uitspoelen van nitraat naar het grondwater groot. 
Bovendien wordt de grond gevoeliger voor het uitspoelen van nitraat naar het grondwater. 
Grasland heeft deze nadelen niet. Van Iperen: “Veel veehouders zaaien tegenwoordig tijdens het groeiseizoen al gras tussen de maïsplanten. Daardoor staat er meteen na de maïsoogst al gras op het land. Maar het resultaat van deze ‘onderzaai’ is in de praktijk wisselend.” Dat bracht de pioniers op het idee. “Als gras in maïs niet het gewenste effect heeft, waarom draaien we het dan niet om? Dan zaaien we maïs in gras.” 
In 2019 doen ze dit op praktijkpercelen in de gemeentes Sint Anthonis en Schaijk. AgriFood Capital levert het projectmanagement, Wageningen UR de inhoudelijke begeleiding. Voor de nieuwe manier van maïs telen, frezen ze zaaistroken in blijvend grasland en zaaien hierin de maïs. Als de maïs groter wordt, valt de grasgroei vanzelf stil, maar de graszode tussen de rijen blijft intact. Als het goed is, krijgt het gras na de oogst weer licht en komt de groei weer op gang.
Het idee lijkt eenvoudig, maar een succesvolle uitwerking vraagt het nodige innovatievermogen. “Het is in eerder geprobeerd en daarbij bleek dat de opbrengst van de maïs vaak tegenviel”, vertelt Van Iperen. “We hebben gesproken met verschillende deskundigen. De meest genoemde oorzaak is de concurrentie om water.” 
Het project moet uitwijzen of vocht de beperkende factor is. De loonbedrijven gaan experimenteren met drip-irrigatie. Mogelijk betrekken ze later ook peilgestuurde drainage in het onderzoek. Beide irrigatietechnieken zijn bekend in de tuinbouw, voor maïsland zijn deze nieuw.

Van Iperen wil in dit project de maïsopbrengst niet 1 op 1 vergelijken met gangbare maïsteelt. “We willen anders naar de teelt kijken. Wij verwachten dat we in met onze methode naast maïs ook extra gras van het land halen. Bovendien houden we meer organische stof vast in de bodem en verwachten we de N-uitspoeling op graslandniveau kunnen houden. Dat kan betekenen dat het totale opbrengstvermogen per hectare op termijn zelfs hoger wordt.”


Loonwerker Peter van Iperen:

“Als gras in maïs niet het gewenste effect heeft, waarom draaien we het dan niet om? Dan zaaien we maïs in gras.”


Alternatieve gewassen op de proeflocatie

Op de proeflocatie van AgroProeftuin de Peel experimenteren verschillende boeren met alternatieve voergewassen. Op 5 van de 14 proefvelden op de proeflocatie staat in het teeltjaar 2019 een exotisch gewas of een mengteelt. Ze pionieren hier met sorghum, zonnebloemen, voedererwten, klimbonen en soja. Het grootste deel is gericht op voeding voor koeien. Eén van de pioniers teelt voer voor varkens. Dat is John Melis uit Venhorst. Hij heeft een gemengd bedrijf met varkens, pluimvee en akkerbouw in Venhorst en Odiliapeel. Binnen zijn bedrijf heeft hij gesloten kringlopen. Hij produceert en verbouwt een groot deel van het voer voor zijn dieren op zijn eigen land. De mest van het vee benut hij weer voor de voeding van de gewassen.

 

Voergerst met erwten

Op de proeflocatie experimenteert Melis met een mengteelt van voergerst en erwten. “De lichte Brabantse zandgrond is niet optimaal voor graanteelt. Het idee is dat erwten mogelijk meerwaarde opleveren. Erwten zijn namelijk vlinderbloemigen, die kunnen stikstof uit de lucht binden en in de grond vastleggen. Dat is een natuurlijke aanvulling op de bemesting. Bovendien zijn erwten relatief eiwitrijk en zijn daardoor een alternatief voor soja in de voeding van onze varkens.”
Voor deze mengteelt moet hij nog veel ontdekken. “De uitdaging is dat de groei van gewassen gelijk op gaat. Ze moet elkaar versterken, niet beconcurreren. En de erwten en het graan moeten op hetzelfde moment rijp zijn, want je moet ze ook tegelijk oogsten.”
Voor dit experiment werkt Melis samen met loonbedrijf van der Ven en de leverancier van het zaaizaad, VisscherHolland. Samen willen ze op de proeflocatie een aantal jaren experimenten met onder meer verschillende rassen, zaaitijdstip en bemesting.
De ondernemer is blij met de mogelijkheden op de proeflocatie. “Ik heb eigenlijk nog geen enkele indicatie of dit een succes wordt. Dit experiment zou ik niet kunnen doen op mijn eigen bedrijf. Want als het mislukt, mis ik een deel van de opbrengst die ik nodig heb voor de voeding van mijn dieren.“


Varkenshouder John Melis:

Erwten kunnen stikstof uit de lucht binden en in de grond vastleggen. Dat is een natuurlijke aanvulling op de bemesting. Bovendien zijn erwten relatief eiwitrijk en daardoor een alternatief voor soja in de voeding van onze varkens.”