Agro Proeftuin de Peel

Proeflocatie Middenpeelweg: 14 praktijkproeven

Proeflocatie Middenpeelweg: 14 praktijkproeven

De proeflocatie aan de Middenpeelweg bij Zeeland beslaat in totaal 35 hectare. Op 14 percelen vinden praktijkproeven plaats. Deze vallen binnen 3 thema’s. 


Thema Eiwit van eigen bodem

De voeding voor mens en dier bevat veel geïmporteerde eiwitgrondstoffen zoals soja. Bij kringlooplandbouw hoort eiwit van eigen bodem. Op de proeflocatie experimenteren ondernemers met bijzondere veevoergewassen zoals sorghum, zonnebloemen, voedererwten, klimbonen en soja. Ook is er een proefveld met soja die geschikt is voor humane voeding.


Rendabele teelt sojabonen

Soja gedijt het best in warme gebieden. In ons gematigde klimaat is de opbrengst tot nu toe te laag voor een rendabele grootschalige teelt van sojabonen die geschikt zijn voor gebruikt in humane consumptie. 
Akkerbouwer/loonwerker Ron Peters uit Odiliapeel onderzoekt mogelijkheden voor een betere opbrengst. Hij doet proeven met een bijzondere manier van bemesten (bladbemesting), vergelijkt verschillende rassen en test een zaaizaadcoating met een zogenoemde biostimulant, ofwel een natuurlijke bodemverbeteraar (rhizobium).

Partners: Agrifirm, Wageningen UR

 

 


Sorghum als alternatief voor snijmaïs

Het van oorsprong Afrikaanse gewas sorghum kan een alternatief zijn voor maïs. Het gewas heeft meer wortels die dieper in de grond groeien. Daardoor ontstaat een gezondere bodemstructuur, waaruit veel minder meststoffen uitspoelen.

Melkveehouder Geert Hol uit Odiliapeel pioniert al sinds 2017 met dit gewas. Hij onderzoekt of de teelt met opbrengst en voederwaarde kan concurreren met maïs.

Partners: Agrifirm, DSV Zaden, Louis Bolk Instituut, Wageningen UR

Mengteelt gerst, voererwten voor varkens

Voergranen leveren veel energie voor varkens, maar weinig eiwit. Eiwitrijke voererwten zouden een mooie aanvulling zijn. Erwtenplanten zijn bovendien in staat stikstof uit de lucht te binden en vast te leggen in grond, zodat er veel minder kunstmest nodig is.

John Melis, varkenshouder en pluimveehouder in Venhorst en Odiliapeel, experimenteert met een mengteelt van gerst en erwten. Door de gewassen door elkaar te laten groeien, zouden ze elkaar kunnen versterken. Erwten zijn een potentieel alternatief voor (geïmporteerde) soja in diervoeding.

Partners: Loonbedrijf van der Ven, VisscherHolland

 

 


Mengteelt sorghum en zonnebloem

Sorghum is mogelijk een alternatief voor snijmaïs, maar bevat relatief weinig eiwit. Mogelijk zijn zonnebloemen een goede aanvulling. De zaden bevatten eiwit en gezonde energie in de vorm van onverzadigde vetzuren. Loonwerker Gerard van der Ven uit het dorp Zeeland experimenteert met een mengteelt van sorghum en zonnebloemen. Het is de bedoeling de gewassen te hakselen en in te kuilen, net als snijmaïs.

Partner: VisscherHolland

 

 


Mengteelt maïs met klimbonen

Vrijwel elke melkveehouder gebruikt snijmaïs in de voeding voor het vee. Maïs bevat veel energie, maar weinig eiwit. Bonen kunnen een goede aanvulling zijn. Bovendien binden bonen, als vlinderbloemigen, stikstof uit de lucht en leggen dit vast in de bodem. Daardoor is minder kunstmest nodig.

Melkveehouder Geert Hol uit Odiliapeel onderzoekt of maïs en klimbonen elkaar in een mengteelt goed aanvullen en of hij dit kan inkuilen als gezond voer voor zijn melkvee.

Partners: Agrifirm, DSV Zaden

 

 


Sojasilage

Sojabonen leveren waardevol eiwit in levensmiddelen voor mensen. In ons relatief koude klimaat is het lastig om soja goed te laten rijpen. Voor de voeding van koeien hoeven de bonen niet helemaal uit te groeien.

Veehouders kunnen het sojagewas ook in een niet-rijp stadium hakselen en inkuilen, net als maïs. De ingekuilde soja, ofwel sojasilage, levert voor koeien eiwitrijk ruwvoer op en kan mogelijk krachtvoer met geïmporteerde soja deels vervangen.

Melkveehouder Ard van der Bolt uit Wanroij wil ervaring opdoen met sojasilage.

Partner: VisscherHolland

Thema Biomassa als grondstof

De opbrengst van gewassen, ofwel biomassa, levert niet alleen voedsel, maar kan ook fungeren als natuurlijke grondstof voor diverse (non-food) toepassingen. 


Biobased Innovation Garden

Boeren kunnen de meeste gewassen niet elk jaar opnieuw in dezelfde grond telen. Dat vermindert de gezondheid en de vruchtbaarheid van de bodem. Daarom passen telers vruchtwisseling toe. Ze hebben dus verschillende gewassen nodig, maar niet elk gewas levert een goede bijdrage aan het inkomen. Nieuwe gewassen zijn daarom zeer welkom.

Adviesorganisatie Delphy laat op één perceel 10 bijzondere gewassen zien, die mogelijk ‘biobased’ ingrediënten bieden voor industriële toepassingen. Voorbeelden zijn stevia (zoetstof), teunisbloem (olie) en yacon (knolgewas, natuurvoeding).

Partners: Agrarisch Innovatie en Kenniscentrum Rusthoeve

 

 

 

Klik hier voor een PDF-document met de indeling

Link


Industriële hennep

Vezelhennep is een akkerbouwgewas met veel verschillende toepassingen. Zo bieden de vezels grondstoffen voor natuurlijke bouwmaterialen. Daarnaast bevatten de planten kostbare oliën voor onder meer voedingssupplementen.

In Zuid-Nederland komt het gewas nog nauwelijks voor. Ondernemer Gerald Megens uit Uden wil op de proeflocatie laten zien dat hennep ook op de zandgrond in de Peel kans van slagen heeft.

Partner: Hennep Unie

Thema Biodiversiteit

Biodiversiteit, de natuurlijke verscheidenheid aan soorten, heeft te maken met het leven bóven en ín de grond. In de grond zorgen bodemorganismen (wormen, schimmels, bacteriën, etc.) voor vruchtbaarheid en de weerstand van gewassen tegen ziekten en plagen. Bovengronds is gevarieerde begroeiing cruciaal voor de natuurlijke flora en fauna en een mooi landschap.
 


Natuurranden

In gangbare akkers en weiden staat doorgaans één uniform gewas. De natuur heeft juist variatie nodig. Door de randen van akkers te gebruiken voor een gevarieerde begroeiing, kunnen boeren de natuur een handje helpen.

Collectief Agrarisch Natuurbeheer (ANB) Oost-Brabant, laat op een proefveld verschillende soorten bloemen- en plantenmengsels zien, gericht op onder andere bijen, leeuweriken, kevers en patrijzen. Het doel is boeren kennis laten maken met het agrarisch natuurbeheer en de mogelijkheden die dat biedt voor natuurinclusieve landbouw op hun bedrijf. 

Veldmedewerker Jan Ottens (ANB) en melkveehouder Ard van der Bolt zijn de initiatiefnemers.

 

 


Vogelakker

Grasland dat veel voedsel voor koeien oplevert, is vaak ongeschikt voor weidevogels. In het eenzijdige grasland leven te weinig insecten als voedsel voor de (jonge) vogels.

De zogenoemde vogelakker kan een mooie aanvulling zijn. Deze bestaat uit 75% uit luzerne (of rode klaver) en voor 25% uit stroken met een bloemenmengsel. Hier vinden (jonge) vogels voedsel en beschutting. De boer kan een vogelakker bovendien enkele malen per jaar maaien. Dat levert smakelijk en voedzaam ruwvoer op voor het vee. Luzerne en klaver zijn vlinderbloemigen en kunnen stikstof uit de lucht binden en vastleggen in de grond, zodat geen kunstmest nodig is. Luzerne kan bovendien zeer goed tegen droogte en heeft geen bestrijdingsmiddelen nodig.

Voor Collectief Agrarisch Natuurbeheer (ANB) Oost-Brabant is dat reden genoeg om hiermee te pionieren op de hoge Brabantse zandgronden. Op de proeflocatie experimenteert ANB Oost-Brabant met verschillende samenstellingen. Veldmedewerker Jan Ottens en melkveehouder Ard van der Bolt zijn de initiatiefnemers.

 

 


Bodemproeven: toegevoegde waarde compost en insectensubstraat

In compost worden organische reststromen zoals bermmaaisel of snoeiafval benut als bodemverbeteraar. Compost vergroot de hoeveelheid organische stof in de grond en stimuleert het bodemleven. Insectensubstraat is een product dat vrijkomt bij de insectenteelt. Het product bevat een hoog gehalte aan chitine en organische stof.

In bodemproeven onderzoeken enkele samenwerkende bedrijven of de inzet van compost en insectensubstraat bijdraagt aan het beperken van de schade door bodemparasieten (aaltjes) in de teelt van bospeen.

Partners: Tuinbouwbedrijf Jonkergouw, Van Berkel Biomassa & Bodemproducten, Eurofins Agro, Protix. HAS Hogeschool

Milieuvriendelijke teelt verschillende kleuren bospeen

De wortelvlieg en bodemparasieten zoals aaltjes zijn veel voorkomende plagen in de teelt van bospeen.

Tuinbouwbedrijf Jonkergouw wil deze plagen op een milieuvriendelijke, natuurlijke manier voorkomen. De telers zaaien de randen van het perceel in met specifieke planten (knoflook) en gebruiken compost met resten van substraat uit de insectenteelt. Verder experimenteert dit bedrijf met oude ‘vergeten’ peenrassen met diverse kleuren. Mogelijk hebben deze oude rassen een betere weerstand tegen plantenziekten.

Partner: Wageningen UR

 

 


Maïs zonder kunstmest

Plantenwortels kunnen voedingsstoffen uit de bodem opnemen door een samenwerking met bodemschimmels. Hoe beter dit natuurlijke proces verloopt, hoe minder kunstmest nodig is.

Akkerbouwer Mark van den Broek onderzoekt het effect van een bodemverbeteraar die werking van de bodemschimmel mycorrhiza stimuleert (MycorGran). Hij hoopt dat hierdoor maïsteelt zonder kunstmest mogelijk is.

Partner: VisscherHolland

 

 


Gezond en kruidenrijk grasland

Gangbaar grasland bestaat uit een klein aantal soorten, eenzijdig geselecteerd op opbrengst. De geringe variatie maak het grasland echter ook kwetsbaar voor extreem weer en ook minder aantrekkelijk voor nuttige insecten en andere dieren.

Veehouders Job Albers uit Rijkevoort en Tom Geene uit Wanroij experimenteren met een gevarieerde samenstelling in het grasland, met een grote verscheidenheid aan grassen en andere kruiden. Doordat de soorten van elkaar verschillen in teelteigenschappen, ziektegevoeligheid, bloeitijd en voederwaarde, kunnen ze elkaar goed aanvullen. De veehouders hopen hiermee per saldo meer voederwaarde (eiwit voor hun koeien) van het land te halen. Ook draagt de rijke samenstelling van het weiland bij aan de biodiversiteit.

Partner: Neutkens